Vermogensrendementsheffing verdwijnt, of niet?

24 februari 2022 door Robert Akkerman

Vermogensrendementsheffing verdwijnt, of niet?

Over de auteur

Robert Akkerman

Engine developer / business analyst

Robert heeft ruime ervaring met vraagstukken op het gebied van pensioen, sociale zekerheid en verzekeringen. Deze kennis zet hij in voor de ontwikkeling van de producten van Figlo.

Vermogensrendementsheffing verdwijnt, of niet?

Door een uitspraak van de Hoge Raad op 24 december 2021 is feitelijk het huidige systeem van vermogensrendementsheffing (Box 3-heffing) op de helling gezet.

Aanleiding
Bij de invoering van het huidige stelsel van inkomstenbelasting in 2001 is ervoor gekozen om verschillende types inkomsten op een verschillende wijze te belasten, het boxensysteem. Inkomen uit loondienst, zelfstandig ondernemerschap en de eigen woning worden in Box 1 belast, terwijl het rendement op vermogen in Box 3 wordt belast.

Ter vereenvoudiging is toen niet gekozen voor het rekenen met de werkelijke rendementen, maar met fictieve rendementen. Toen werd verondersteld dat iedereen wel 4% rendement op zijn vermogen kon maken. Om kleine spaartegoeden te ontzien was een bedrag van ongeveer € 20.000 (voor stellen € 40.000) vrijgesteld. Deze 4% rendement werd over het meerdere berekend. Dit rendement werd belast tegen 30% (later 31%).
In de loop van de jaren daalde de rente op spaartegoeden steeds verder, terwijl de rendementen op aandelen op niveau bleven of zelfs stegen. Aangezien dit als oneerlijk werd gezien richting mensen met alleen spaargeld, besloot het kabinet dat er onderscheid moest komen tussen rendement op spaargeld (zeer laag, voor 2022 zelfs negatief) en rendement op beleggingen (relatief hoog). Dit waren echter nog steeds fictieve rendementen. En de volgende aanname werd gedaan (feitelijk een nieuwe fictie): mensen met een hoger vermogen worden verondersteld meer in aandelen te beleggen dan mensen met relatief weinig vermogen.

Huidige stand van zaken
Deze laatste aanname - mensen met een hoger vermogen beleggen meer en sparen minder dan mensen met een lager vermogen - pakt echter zeer ongunstig uit voor mensen die een hoog vermogen hebben, maar niet beleggen. Doordat rente op spaartegoeden nu vrijwel nihil is en vanaf bepaalde omvang zelfs negatief, betekent dat mensen met alleen spaartegoeden interen op hun vermogen, doordat ze belasting moeten betalen over een rendement dat ze nooit hebben gemaakt.

Met zijn uitspraak van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad bepaald dat dat niet juist is. Sterker nog: doordat de Hoge Raad rechtsherstel biedt, moet direct gevolg worden gegeven aan deze uitspraak.
Op dit moment beraadt het kabinet zich op de te nemen stappen. Moet bijvoorbeeld iedereen die in deze situatie zat tussen 2017 en 2020 gecompenseerd worden of alleen de mensen die bezwaar hebben gemaakt? En wat betekent dit voor de aangifte en aanslag over 2021? En hoe gaat het kabinet om met de situatie in het huidige belastingjaar (2022) en de aankomende belastingjaren?

Wel heeft de Belastingdienst alle ingediende bezwaren over de vermogensrendementsheffing 2017-2020 gegrond verklaard (Stcrt. 04-02-2022, nr. 4198).
 
Het kabinet heeft aangegeven dat een definitief nieuw stelsel op het gebied van vermogensrendementsheffing pas op zijn vroegst in 2025 kan ingaan. Het kabinet heeft het voornemen om voor 2023 en 2024 met noodwetgeving te komen. Vanuit de Tweede Kamer worden al voorstellen gedaan om voor de jaren 2023 en 2024 een vermogensbelasting te introduceren. Dit is echter nog zo prematuur dat nog niet valt zeggen, of dit daadwerkelijk een wet wordt.

Belastingaangifte 2021
De belastingdienst was ten tijde van de uitspraak van de Hoge Raad al in de afrondende fase van de voorbereidingen voor de aangifte inkomstenbelasting 2021. De uitspraak is daarom nog niet in de aangifte software van de belastingdienst verwerkt. Uw klanten dienen vanaf 1 maart op de gebruikelijke manier aangifte te doen, waaronder het invullen van het vermogen in box 3 en de verdeling daarvan. Bij het vaststellen van de definitieve aanslag over 2021 zal de belastingdienst rekening houden met de uitspraak van de Hoge Raad.

Hoe gaat Figlo hiermee om?
Op dit moment (24 februari 2022) is er nog geen uitzicht op formele aanpassing van de wetgeving, dus blijft Figlo de huidige wetgeving volgen op het gebied van vermogensrendementsheffing.

Figlo volgt de ontwikkelingen op de voet. Zodra sprake is van een structurele (wets-)wijziging, zal Figlo deze verwerken in de berekeningen.